Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ORGANISATIE VAN HET BEHEER

(wordt) de onder hem werkende hoofdambtenaar, die over dezelfde technische kennis beschikt als de wethouder zelf, tijdelijk min of meer van zijn (in ons gemeenterecht) natuurlijke plaats gedrongen.

Hieruit zullen öf conflicten ontstaan öf een afstompen van het gevoel van technische verantwoordelijkheid bij den hoofdambtenaar tegenover Burgemeester en Wethouders, dat zijn kwade gevolgen zal doen gevoelen zoodra de normale toestand weer intreedt en de directeur die tijdelijk de facto tot adjunct-directeur werd verlaagd,

weer zijn werkelijke positie van bedrijfsleider gaat innemen."

Wethouders met bijzondere technische kennis blijken dus uit den booze te zijn x). Of het wenschelijk is den kring van benoembaren tot het wethoudersambt te verruimen tot personen buiten den Raad met algemeene kennis en algemeene belangstelling (in Engeland is het benoemen van wethouders buiten den Raad mogelijk), is een vraag, die hier niet uitvoerig behoeft te worden besproken. Tegenover de meening van de commissie—v. d. Pot is te stellen die van de Regeering bij de wetswijziging van 1931, volgens welke door de benoeming van wethouders buiten den Raad het karakter van het gemeentelijk bestuur geheel zou veranderen. Overigens zou de noodzakelijkheid daarvan niet zijn gebleken: „steeds zijn in den Raad personen te vinden geweest, bekwaam en geschikt om, met medewerking van de ambtenaren, het wethouderschap op zich te nemen". 2)

§ 3. Taak van commissies bij het beheer van gemeentebedrijven

In het beheer van bepaalde takken van de huishouding der Commissies gemeente kunnen Burgemeester en Wethouders worden bijgestaan va" b"stan<1" door vaste commissiën der Raadsleden (artikel 60, tweede lid Gemeentewet). Juist voor het beheer van de bedrijven wordt meestal van deze mogelijkheid gebruik gemaakt.

De wet bepaalt over deze commissies in hoofdzaak het volgende.

*) Mr. P. Droogleever Fortuyn noemde in ,,Het organisme eener groote stad" blz. 13,

nog andere bezwaren, aan de benoeming van een wethouder-technicus buiten den Raad verbonden. Zij betreffen de salarieering, de onvastheid van de positie en de verhouding tot de andere wethouders.

2) Zie Buriks, Inleiding tot het Gemeenterecht, blz. 494.

Sluiten