Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ORGANISATIE VAN DE ADMINISTRATIE

beheerders teneinde décharge te kunnen verkrijgen !). Voor de eigenares van het bedrijf, de gemeente, die slechts door organen kan handelen, verleenen de décharge het hoogste gemeentelijke orgaan,

de Raad, en het toezichthoudend orgaan, het College van Gedeputeerde Staten, door hun besluit tot voorloopige en definitieve vaststelling van de cijfers der bednjfsrekening (artikel 265 Gemeentewet).

Deze vaststelling moet berusten op een goede controle.

Of Raad en Gedeputeerde Staten in staat zijn zelf de rekening Noodzakelijkvan de algemeene gemeentehuishouding te controleeren, laat ik afzontjerlijk hier buiten beschouwing. De wet schijnt het te veronderstellen, deskundig

Ik wijs echter op het verschil tusschen de bednjfsrekening en de ors?aan gemeenterekening. Deze laatste is een kasrekening, waaromtrent men althans de illusie kan koesteren, dat de posten elk afzonderlijk door bij te voegen bescheiden kunnen worden gestaafd. De bednjfsrekening omvat o. m. een rekening van baten en lasten en een balans,

waarvan de juistheid slechts door een onderzoek van de geheele administratie kan worden getoetst. Hieruit vloeit reeds voort, dat de controle van de bednjfsrekening in het algemeen niet op een andere plaats dan waar de administratie zich bevindt, kan worden verricht. Voorts vereischt de controle van een bednjfsrekening een grondige, specialistische kennis van het boekhoudstelsel, de inrichting van de administratie en van de wijze, waarop deze kan worden onderzocht.

Een en ander heeft tot gevolg, dat de Raad niet zelf en Gedeputeerde Staten bezwaarlijk door ambtenaren ter Provinciale Griffie de controle kunnen doen verrichten, doch dat zij voor de uitoefening van hun déchargetaak moeten steunen op den arbeid van een afzonderlijk deskundig controle-orgaan.

Sinds 1931 heeft de wet dit erkend door in artikel 265 vóór de aanbieding van de bednjfsrekening aan den Raad de deugdelijkverklanng van de cijfers daarvan door een boekhoudkundige te vorderen.

l) Zie Sternheim, Leerboek der Accountancy, deel IIIA, 1924, blz. 2, punt 6. Zie omtrent de controle op gemeentebedrijven voorts Nijst, Leerboek der Accountancy,

deel III B, tweede gedeelte, 1929, blz. 279 en vlg., Leppink t. a. p. blz. 301 en vlg., Meyer,

De controle van het geldelijk beheer der gemeente-diensten en -bedrijven, praeadvies voor de Vereeniging van Gemeente-Accountants, 1935, Textor, Hoe moet het gemeentebestuur de controle op het dagelijksch beheer der financiën regelen?, 1927.

Sluiten