Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEMEENTEBEDRIJF EN ZIJN AFNEMERS

ceerde bedrijfswinsten winsten op leveringen aan de gemeente zelf zijn begrepen.

Ris;co. In het vorige hoofdstuk wees ik er reeds op, dat de in het bedrijfs-

reserve. resultaat begrepen vergoeding voor het ondernemersrisico moet worden gereserveerd en strikt genomen niet als eigenlijke winst mag worden beschouwd. Volgens de geldende comptabiliteitsvoorschriften wordt echter het geheele saldo der rekening van baten en lasten met inbegrip van het voor reserveering te bestemmen gedeelte als winst aan de algemeene gemeentehuishouding uitgekeerd.

Wettelijke Wettelijk is de gemeente in het algemeen bevoegd met haar begeoorloofd- clrijfsexploitatie winst te behalen.

winst™" De betaling, welke de gemeente eischt als exploitante van be¬

drijven, zooals gasfabrieken enz., wordt zooals reeds werd vermeld, niet als een belasting aangemerkt. Voor de tarieven van gemeentelijke diensten, welke wel voor plaatselijke belastingen worden gehouden (artikel 275, lid 1), geldt het voorschrift van artikel 287, dat zij slechts een matige winst mogen opleveren. Dat de eigenlijke bedrijfstarieven niet als belastingen worden behandeld, beteekent daarom o. m., dat de grens van de „matige" winst voor deze niet geldt en dat de winsten van die bedrijven derhalve, wat betreft de Gemeentewet, gerust „onmatig mogen zijn 1).

Ik vestig in het voorbijgaan de aandacht op de toelating van een matige winst voor verschillende gemeentelijke diensten en inrichtingen, die economisch als bedrijven zijn te beschouwen. De winst, die zij mogen behalen, kan niet meer dan matig zijn, in beginsel wordt winst hiervoor dus geoorloofd geacht 2). De matigheid behoeft ook niet al te eng worden opgevat. De Kroon pleegt de winsten

*) Voor bepaalde bedrijven kan een speciale wet een toezicht op de tarieven instellen, dat o. m. tot strekking kan hebben het maken van winst te beteugelen. Men denke aan artikel 4 sub lila der Elektriciteitswet. _ _ . .

Ook provinciale voorschriften kunnen hier invloed uitoefenen. In Friesland bepaalde een Statenbesluit van 2 Mei 1916, no. la, dat voorzoover aan de gemeenten het distnbueeren van stroom van lage spanning werd overgelaten, in acht moest worden genomen o. m. het voor het Provinciaal Electriciteitsbedrijf aanvaarde beginsel, dat het maken van winst geen doel zou zijn. ... . j

2) Anders dan bij provinciale werken en inrichtingen, waarop geen winst mag worden gemaakt (artikel 126sexies). Zie Kranenburg, Het Nederlandsch Provinciaal Recht, 1931, blz. 175 en vlg.

Sluiten