Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

0NTW1KKELINGSTENDENZEN

aan de gemeentelijke overheid bood voor een breede behartiging van de belangen der volkshuisvesting. Met deze bedrijven zelf houdt de wet zich echter niet bezig.

Banken van leening en geldschietbanken.

Voorbeelden van een vrij zwakke bemoeiing met gemeentelijke bedrijven *) geven de Pandhuiswet 1910 en de Geldschieterswet (1932). Deze wetten stellen regelen voor de banken van leening en het geldschietersbedrijf in het algemeen. Zij erkennen de bijzondere plaats, welke hierin de gemeentelijke banken innemen.

De Pandhuiswet bevat een voorschrift (artikel 2), dat een gemeente, waarin aan een gemeentelijke bank van leening genoegzame behoefte bestaat, verplicht is,. zoodanige bank op te richten. Gedeputeerde Staten zijn bevoegd, den Raad gehoord, om zoo zij oordeelen, dat een gemeente nalatig is in het nakomen van deze verplichting, de oprichting te bevelen. De gemeente heeft van dit bevel beroep op de Kroon. Bij mijn weten is deze bevoegdheid van Gedeputeerde Staten nooit toegepast. De Geldschieterswet heeft een dergelijk voorschrift niet opgenomen.

Beide wetten verlangen voor de oprichting en de opheffing van een gemeentelijke bank de goedkeuring van Gedeputeerde Staten. Voor de bank moet een reglement worden vastgesteld, waarin vele, in de wet aangegeven punten moeten worden geregeld. Dit reglement behoeft eveneens de goedkeuring van het Provinciaal Bestuur.

Keurings- De Vleeschkeuringswet 1919, S. no. 524, en de Warenwet 1935, S. no. 793 (welke de Warenwet van 1919, S. no. 581 verving) zijn wetten, welke de oprichting van bepaalde gemeentelijke diensten 2) voorschrijven. Deze wetten hebben tot strekking een keuringstoezicht over het geheele land in te stellen. De uitvoering van die taak leggen zij voor een groot deel op de schouders der gemeenten.

Volgens de Vleeschkeuringswet moeten de gemeenten hetzij elk voor zich, hetzij districtsgewijze keuringsdiensten oprichten. De Kroon kan gemeenten aanwijzen, die gezamenlijk den keurings-

*) Banken van leening en geldschietbanken beschouw ik hier als bedrijven, al zullen zij strikte rentabiliteit niet steeds nastreven.

2) De vleesch keuringsdienst en houden het midden tusschen eigenlijke bedrijven en diensten, de keuringsdiensten kunnen slechts formeel bedrijven zijn.

Sluiten