Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en van Jetje. Dieka eindigde ieder verhaal met „Het is zonde of ,,Het is schande". Jetje gniffelde.

Dat hij gevlucht was naar Parijs met een getrouwde vrouw, wist Stance. Dat hij daar een zondig leven had geleid zoo zei Dieka het. Dat die vrouw haar braven man en twee kleine kinderen verlaten had, om met hem mee te gaan.

En terwijl ze nu zoekend dit hevige èn heimelijke, dit koele èn teedere Marensgezicht aanstaarde, dacht ze, dat dit het eenig wezenlijke was, dat ze van liefde wist het eenig wezenlijke, dat ze van leven wist.

Dit was wèl waar. Dit was het matelooze, dat de bolle heifstwind in haar opstuwde en dat hunkerend rekte naar den blauwen horizon.

Dit: liefde, vluchten met de vrouw, die je liefhad naar Parijs en daar een zondig leven leiden.

Dit was in het hart van het leven zijn als binnen in de groene boomkruin. Misschien was het treurig.

Is het treurig ? — vroeg ze aan het smalle gezicht met de heimelijke, naar binnen schouwende oogen en den smartelijken mond. — Blij en treurig? Kan dat?

De oogen zagen niet haar, maar een andere wereld, die misschien ook haar andere wereld was. Ze was bijna gelukkig en bijna bang. Ze huiverde even. Ze was koud geworden en Oma zou zeker heel boos zijn. Traag, in een bevangenheid, alsof het wonderbaarlijke haar met zijn wiekslag had beroerd, daalde ze de trappen af, die ze in zoo'n vreugdig élan was opgeklommen.

Sluiten