Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft. — Maar goed eigenlijk, dat Emilie aan vliegende tering gestorven is. — Deze gedachte. Niet verder. — Nee, hij heeft dit niet gedacht. Zeker niet. Het is heel treurig, dat Emilie zoo jong sterven moest. Hij heeft veel van haar gehouden, al komt deze geschiedenis uit zijn jeugd hem nu voor een legende te zijn ... . iets dat vele levens lang geleden door een ander werd beleefd .... en dat mogelijk niet eens waar gebeurd is. Overmoedig? Het woord door zijn moeder als een label gehecht aan Emilie. Het woord, dat nu altijd in hem opkomt, als hij aan haar denken moet.... wat zelden gebeurt trouwens.

Overmoedig? Nee, zeker is Stance niet overmoedig. Maar een vage onrust vervult notaris Marens als hij denkt aan zijn dochtertje, .... als hij heimelijk van onder zijn neerhangende oogleden haar bespiedt. — Overmoedig zeker niet. Integendeel. Toch — hij is geen slecht menschenkenner, deze verstorven notaris — toch is het hem soms, als was bij Stance de overmoedigheid naar binnen geslagen, zooals je dat wel hoort van mazelen. En als woedde ze daar nu in het verborgen en veel gevaarlijker dan de uiterlijke, de zichtbare overmoed van Emilie ooit kon zijn. — Och wat, nonsens natuurlijk. —

Zijn smalle, skeletachtige, gele hand strijkt langs zijn voorhoofd. Hij vaagt de hinderlijke gedachte weg. — Nonsens. Het weer is warm. Drukkend bijna. Onnatuurlijk voor den tijd van het jaar. —

Sluiten