Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dege beseft, hoe weinig dit onderwerp een getrouwde vrouw waardig was — ze hadden gesproken over Minette en Pompadour, de beide poppen van Treesje Dubbeldam. Zoo schuw en verlegen als Treesje zelf was, zoo overmoedig — daar had je weer het woord van Oma — waren deze beide poppen altijd geweest, vroeger als ze speelden bij Treesje op zolder of in den tuin onder de overhangende takken van den vlierboom.

Zij zelf had het gesprek op de poppen gebracht. ^

„Heb je Minette en Pompadour nog, Treesje?" had ze "gevraagd. En Treesje, met een schuwen blik op de akelige Ma met de wrat, had „ja" gefluisterd en ze hadden zich verdiept in de glorieuze herinnering aan de heldendaden van Minette en Pompadour.

„Toen ze weg wilden loopen. Weet je nog Treesje?"

„O ja, Stance."

En ze hoorden weer Minette zeggen met de stem van Treesje: „Zullen we wegloopen, Pompadour?"

Waarop Pompadour antwoordde met de stem van

Stance : „Goed Minette."

Onder den vlierboom was het geweest. Daar was hun huis. De witte vlierbloesem hadden ze op den grond gestrooid als een tapijt. — Of je 't nu ineens weer ruikt, hè ?

Op dit witte bloemenkleed hadden Minette en Pompadour bijeengehurkt gezeten.

„Waar gaan we dan heen, Pompadour?"

„Naar de blauwe bosschen, Minette. Dat is heel

vreeselijk ver weg."

Sluiten