Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK 8.

Wanneer Stance lang achtereen naar het kind keek, dan kon het van een ontstellende vreemdheid worden.

Het lag daar in het eigen domein van de wit-rose, bestrikte wieg, hoog-overwelfd door de kanten gordijnen, die gevoerd waren met rose satinet. Het lag als binnen de wanden van een transparant-rose schelp . . . en het groeide.

Het kon betrekkelijk gewoon lijken — een kind in een wieg .... iets, dat je veel zag — en een oogenblik later was het dan van een zoo ontstellende vreemdheid geworden, dat je het uit zou kunnen gillen van schrik. Wat was dit dan, dat daar lag en groeide binnen de rose schelpwanden ? God .... God .... God ! Wat was dit dan ? Een abstractie.... iets, dat elk verband met ieder ander ding verloren had .... iets, dat geen enkelen zin meer had, zooals een woord, dat je veel malen achtereen herhaalt, ook alle zin verliezen kan.

Iets, dat niet kon en dat toch was. Het onbestaanbare, maar dat bestond .... en zelfs groeide.

Ook wanneer ze keek naar andere menschen uit haar naaste omgeving, naar voorwerpen, meubelstukken soms, onderging ze een zelfde sensatie, hoewel nooit

Sluiten