Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het zijn allen jongens Gerard Berkhofs kinderen . .

de kinderen van Gerard Berkhofs haat. Ze schijnt er geen ander deel aan te hebben dan dat haar lichaam ze negen maanden dragen moet. Dat valt wel zwaar en moeilijk, maar toch, het behoort even zeer tot het „niet ware" als heel dit leven in het lage huis tot het „niet ware" hoort.

De breede marmeren gang deelt het huis in tweeën. „Aan de overzij" is de kinderkamer, waar de kinderen zijn met het meisje, dat ook strijkt en naait. Er is nogal eens een ander meisje, want de kinderen zijn lastig en autoritair.

Voor Stance schijnt dit „aan de overzij" zeer ver verwijderd. Natuurlijk komt ze eiken dag meermalen in de kinderkamer, maar toch blijft het voor haar gevoel

„aan de overzij" iets dat geheel en al buiten haar

leven ligt.

Toch komt soms wel een klein kind met een gestooten hoofd of een geschramde knie de breede, blanke gang overgestoken, hard huilend. — Mamma . . . Mamaaa ! —

Ze strijkt glimlachend, lichtelijk verteederd en een beetje afwezig over het pijnlijk lichaamsdeel.

— Zoo, nu heeft mama het over gemaakt. —

En het kind trekt bevredigd af, de groote tranen nog nabiggelend over de bolle wangen.

Ze is vaag welwillend gestemd tegenover deze kinderen. Ze zijn haar niet vertrouwd als de witte sneeuwklokjes of de kleine vogels. Maar ze zijn evenmin vijandig als

Sluiten