Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het ijs. — Maar een laagje —, denk je. — Toch niets dan een laagje tusschen jou en ... . hét.

Ze rijden nu in de diepte tusschen hooge wallen. Boomen staan wit beijzeld tegen een strakke, koudblauwe lucht. Ze zijn als vreemde kristallisatie's uit een wintersch sprookjesland.

Er wordt hier druk gereden: werklui, schippers, dienstmeisjes en vooral heel veel kinderen. Een baanveger veegt de sneeuwpoeder tot een grijzen hoop bijeen. Het ijs eronder is dofgrauw van de vele krassen. — Onze sneeuwbloesem was mooier —, denkt Stance met een glimlach, — maar die was dan ook versch gevallen. — — Fijn hè? — zegt Jetje. Ze heeft een stevigen streek. Niet het lichte, vogelvlugge, snelle, dat vroeger Stance's rijden kenmerkte. Maar nu is het Stance, of langzaam, zwaarder en zwaarder, een matheid in haar neerzinkt. Liefst zou ze zich laten trekken. Liefst zou ze maar heelemaal niet meer verder gaan.

Eigenlijk verwondert het haar, dat Jetje hier rijden wil .... op de grachten tusschen jan en alleman.

Maar dan doemt als een schitterster tusschen het grauwe de slanke, rijzige figuur van luitenant Dellart op. En Stance begrijpt Jetjes hardnekkig verlangen juist op de gracht te gaan rijden. O nee, het is geen afspraakje. Zoo ver gaat Jetje Frijling niet. Het is maar een gearrangeerd toeval.

Zij heeft hem verteld, dat je zoo leuk vanuit den tuin van haar vriendin Stance op de Singelgracht kon

Sluiten