Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij zich niet heelemaal op zijn gemak voelde .... alsof hij voortdurend in twijfel verkeerde, of hij misschien ook ridicuul was.

Telkens als hij langs den kabouter kwam, moest Gerard Berkhof zich zelf verzekeren, dat het toch een verduveld aardig ding was .... dat het den heelen tuin opvroolijkte. Maar ook in hem was de twijfel gerezen, of misschien de kabouter niet ridicuul was.

Misschien was Stance hieraan schuld. Ze had naar den kabouter gekeken, zoo eigenaardig, als naar een ding, dat fascineerde doordat het zoo weerzinwekkend was.

Inderdaad zag Stance in den tuinkabouter iets als de materialisatie van den geest des doorsneeburgers, die voor haar griezelig onbegrijpelijk en vreemd bleef. Ze kon tegenover het foeileelijke, hel-glanzend-geschilderde, in zijn absolute stompzinnigheid zoo uitermate zelfverzekerde kereltje staan.... ze kon erop neerzien, met het gevoel, dat dit nu de vijandige wereld was, die haar strak en onbewogen aanstaarde. Deze tuinkabouter was voor haar een grondeloos mysterie. Hij kwam haar voor de topprestatie te zijn van een burgerlijk-banalen geest en als zoodanig was hij de spiegel, die dezen geest terugkaatste.

— Dat zooiets kan — ,dacht ze wel, — dat men het maken kan en in een tuin zetten. —

Als Gerard Berkhof zijn huis was binnengegaan en in de breede marmeren gang stond, bleef het onlust-

Sluiten