Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meer verschuiven kan. Ze is niet meer ziek, maar ze zou graag zijn blijven liggen.

Zacht en lieflijk als een bloemkelk heeft de droom deze vredige dagen zich om haar heen gebogen. Ze heeft tegen de welving van den binnenkant aangezien, die van een teeder, avondlijk hyacinthblauw was, waarachter nauw waarneembaar de glans van het buitenlicht stond. Het was goed en vredig te liggen in dezen hyacinthblauwen koepel. Geen verlangen reikte erbuiten. Dit was het laatste. Daarom was de vrede zoo volkomen.

Het parelgrijs Parijs is tot dit avondlijk hyacinthblauw verdiept. Het is de bloemkelk, die nu om je staat. Het is of de heimelijke tuin in het hart van de stad zich geopend heeft en nu met zijn weemoedig, mijmerend, avondlijk blauw het al heeft overvloeid. Er zijn dagen, dat de blauwe wanden der wereldkelk zich wijd uitspreiden. Er zijn andere dagen, dat ze zich eng rond je sluiten.

Dan is er niets meer dan de hooge kamer, waarin het avond wordt. Je ligt voor het open raam, maar je ziet niet meer in een verte. De horizon is zeer nabij gekomen. Hij staat voor je venster. Hij is het mateloos diep blauwe. Tusschen jezelf en den blauwen horizon is de wereld weggevallen.

— Ik zal een jurk van hyacinthblauw hebben, als het nog dichter bij komt. —

De weemoedige teederheid van zijn oogen stelt zich tusschen jou en het blauwe.

Sluiten