Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den zijn dorre handen de tranen weg van Stance' stille gezicht. Hij zag ze onder de gesloten oogleden vandaan langs de lange, vochtige wimpers vloeien en de een na den ander lijdzaam den weg langs haar ingevallen wangen gaan. Het was of ze schreide in haar slaap. Hij voelde in zich het vlijmen van een scherpe pijn bij het aanzien van dit stil en weerloos leed.

Door de jalouziespleten vielen de zonnestralen schuin binnen. Ze teekenden een streeppatroon van licht en schaduw op den vloer. Notaris Marens zag het langzaam voortschuiven. Het naderde. Nu was het al tot bij het bed gekomen. Nu viel het al over de deken. Weldra zou het Stance's witte, rustelooze handen doorsnijden.

Het maakte hem ongewoon nerveus. Het was of een strak en onverbiddelijk noodlot met mathematische gewisheid nader schoof, langzaam, langzaam, zonder de minste overhaasting, omdat het immers zoo gewis was en zijn tijd dus wachten kon.

Het was dwaas, maar hij kon het niet verdragen. Hij stond op, om de jalouzie op te trekken. De bij keerde zwaar en opgewonden gonzend tot den groen-gouden zomer terug.

Nu gleden waterglad en speels de schaduwen der lindebladeren over den vloer, over de deken, over de rustelooze, witte handen.

Aan weerszijden van Stance's wit gezichtje hing een lange, zwarte vlecht met aan het eind een rood strikje. Hij herinnerde zich, dat ze zoo naar school was gegaan

Sluiten