Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— twee zwarte vlechten met roode strikken — die luchtig dansten, als ze de laatste treden van de stoep afsprong. Het verbaasde hem zeer, dat hij dit nü wist. Indertijd had hij er nooit in het bijzonder acht opgeslagen. En plotseling herinnerde hij zich nu ook den gouden val van Emilie's krullen en flauwtjes trilde iets in hem na van den hevig-zoeten stervenslust, dien hij gevoeld had als hij deze zachte, zware, gouden tressen enkel maar vallen zag. Men leefde te lang .... een mensch leefde te lang .... veel te lang .... ja.

Hij zocht weer het gezicht van Stance. Nu had ze haar oogen opgeslagen. Dezelfde onrust, die haar handen zoo rusteloos bewegen deed, woelde in hun donkere, omschaduwde diepten.

— Papa. —

— Kind. Gaat het wat beter nu? —

Ze hadden immers nooit met elkaar gesproken. Hoe konden ze het nu? Maar nu deze diepe bron van medelijden in haar was aangeboord, was Stance plotseling overmatig gevoelig voor de goedheid .... het medelijden .... dat van een ander uitging naar haar. Vroeger, verzonken in haar droom, had ze onverschillig daarlangs heen geleefd.

— Hoe lief van papa —, dacht ze nu, — daar maar te zitten en haar tranen te drogen met zijn zakdoek, die flauwtjes geurde naar lavendel. — Het was of ze in zich de verlorenheid van alle verlorenen voelde. Het was te groot.... te veel. Ze kon niet anders meer dan schreien.

Sluiten