Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kamer uit, wonderlijk ontroerd en bewogen.

* *

Het kwam Stance voor, dat de zomer nimmer zoo groen was geweest en zoo zwaar-gonzend. Misschien leek het zoo, omdat ze nu dag aan dag in de slaapkamer boven aan den achterkant van het huis zat.

De takken van de lindeboomen reikten tot de vensters en het leven in die stille, schemergroene kamer gaf bijna de sensatie in het hart van de boomkruin te zijn.

In deze groene kamer leefde ze met het kind. De huisgenooten, die haar vroeger, toen ze vaag en afwezig, verzonken in haar droom, was omgegaan, bijna vergeten hadden, vermeden haar nu. Nu was in haar oogen die woelende onrust gekomen, of ze steeds rusteloos .... rusteloos . . . zoeken moest naar het geheim, het verlorene, den sleutel, naar dat, wat het leven mogelijk zou maken.

Johanna, wanneer ze toevallig alleen met haar in een kamer was, zocht het excuus van een of andere huishoudelijke beslommering, om weg te kunnen gaan.

Gerard Berkhof maakte geen aanstalten om van de logeerkamer, waar hij tijdens haar ziekte geslapen had, naar de echtelijke slaapkamer terug te keeren.

Zelfs de gewone, onbekommerde luidruchtigheid van de jongens slonk weg in haar bijzijn.

Het was, of haar brandend onrustige oogen, zoo groot in het smalle gezichtje, bezinning van hen eischten. En wie wenschte zich te bezinnen over het waarom

Sluiten