Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor wie geen enkle ster ooit in het duister blonk. Het was of hij met hen in wanhoop gans verzonk...

In ’t nameloze wee, d’onpeilbre duisternis.

Hij fluisterde: arme Judas, die den Heer verliet Voor eeuwig...

A n d r e a s

Zo ontmoette Petrus ons. Hij sloeg De weg naar Simon den Melaatse in en vroeg Johannes met hem mee te gaan. Of eig’lijk niet:

Hij vroeg. Zijn stem was meer als een, die hem gebood. Johannes zag vreemd op.

J a c o b u s

Slechts even... ging toen mee, Zoals een schaap den herder volgt, stil en gedwee.

Thomas

Zo hoort het, want hij is de herder in de nood,

Door Christus Jezus zelf gesteld in deze staat.

Hij wijst in ’s Meesters naam hem vast het rechte spoor. Johannes geev’ gerust aan zijn gebod gehoor.

Magdalena

Maar niet een, die zich als een blinde leiden laat.

Wat is ’t een ramp! Hij, die het meest geroepen was De zielen hier beneên te voeren tot het licht,

Ziet zelf het licht niet meer.

Thomas

Was het dan niet zijn plicht, Te vragen of de sterke Petrus hem genas?

Zijn kracht is groot.

Magdalena

Niet voor een kranke, die zo teer Van hart is, die den Heiland steeds heeft liefgehad

Sluiten