Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Johannes [zacht)

Niets? Is Christus niets?

Moeder van Judas

Voor mij

Is Christus niets. Hij kent mij niet, verstaat mij niet. Wat weet Hij van de Hel? Wat weet Hij van mijn kind? En van mijn smart, die nergens meer vertroosting vindt? En van die wereld, die voor eeuwig God verliet?

[Maria ziet veelbetekenend, naar Johannes, die in diepe ontroering de moeder van Judas nadert.)

Moeder van Judas

Nu wil ik zonder Christus naar mijn zoon. Ik ken De weg. Hij wees mijzelf de weg. Ik ga daarheen, Waar zelfs geen sprank van licht ooit in het duister scheen; Maar waar mijn kind is en waar ik steeds bij hem ben.... ’k Ga naar Gethsémané terug en neem het koord En bind het vast, waar hij het vastgebonden heeft...

Johannes

Blijf hier! Hij kent uw smart. Hij heeft haar zelf doorleefd.

[tot Maria)

O, moeder — God zij dank, want nu versta ik ’t woord! [tot de moeder van Judas)

Uw liefde vindt bij Hem haar toevlucht in de nood. Hij zelf is door uw nacht met al zijn wee gegaan. En uw van God verlaten zijn kan Hij verstaan.

Maria

Hij bergt u met uw kind ook uit de ergste dood.

[Maria slaat de armen om de diep ontroerde moeder van Judas).

Sluiten