Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET VEELVULDIG ONNOODIG GEBRUIK VAN BRILLEN

studeeren, uit denzelfden bodem ontstaan. Dezen weg der logica vervolgende, komt men naar mijne meening vanzelf tot het inzicht der finaliteit, tot het transcendente begrip.

Het ligt in de rede, dat voor de artsen, die geen studie gemaakt hebben van philosophie, ook niet van dat gedeelte, hetwelk verband houdt met hun vakstudie, (Driesch noemt deze: Philosophie des Organisch en), en die tot nog toe zich bevredigd gevoelden met de verklaringen van het probleem der levensverrichtingen uitsluitend uit mechanistisch oogpunt, het moeilijk zal zijn zich open te stellen voor een andere richting in het denken, met name welke de wijsbegeerte tot grondslag heeft.

Doch eenmaal die richting ingeslagen komt men op het terrein waar de hoogste waarden van het leven geopenbaard worden en de redelijkheid der religie bewust wordt. Eerst dan zal de ziel zich in haar grootschheid en macht ons kenbaar maken en begrijpen wij in verband daarmede de diepe beteekenis van de verklaring van een groot geleerde en ontdekker als Marconi: „Het is een vergissing te gelooven, dat Godsdienst en Wetenschap nooit kunnen samengaan, want er zijn grenzen (bedoeld aan onze kennis — schrijver dezes) buiten welke het geloof alleen ons kan steunen en bemoedigen”.

Samenvatting.

Betreffende het onderwerp: Brillen.

Het gevolg van een uitsluitend subjectief onderzoek bij brilbepaling is het veelvuldig onnoodig brilgebruik, wat wederom leidt tot:

ie. Hinder. — Dit behoeft geen nadere uitleg.

2e. Nadeel — wat inhoudt dat velen ten onrechte afgekeurd worden voor bepaalde beroepen.

3e. Schade — omdat de ondervinding leert, dat door het dragen van een bril in het bijzonder bij axillaire bijziendheid, deze aandoening gewoonlijk verergert en tenslotte tot ontaarding van de inwendige deelen van het oog leidt.

4e. Risico ■— omdat bij sport, speciaal bij balsport, de kans bestaat, dat de scherven van het stukgeslagen brilleglas in het oog komen.

Wassenaar, 30 November 1935.

Dr. C. L. van Steeden.

Sluiten