Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE NACHTWACHT

tlET IS ZEKER dat deze nachtwacht een bijzonder fijn gehoor had en dat kwam hem te stade in zijn beroep, omdat hij het geringste gerucht bemerkte dat de rust van de menschen kon verstoren. Hij begon zijn ronde op het uur dat er bijna niemand meer op straat liep en de geesten met onraad in den zin buiten durfden dwalen. Wie Algoet zag met zijn stok, soms stil staand, rondom kijkend of omhoog van de stoep tot het dak, kon het licht dooven en naar bed gaan, dan was de bewaking veilig en de lantaarns schenen zachter waar hij voorbij gegaan was.

Niemand wist hoe hij zijn taak volbracht. Niemand wist dat hij ieder huis kende, hoewel de stad heel groot was, en dat hij in een oogwenk van de eene wijk naar de andere kon gaan, hoewel hij altijd bedaard liep. Niemand wist ook dat hij alle geesten kende die ’s nachts rondwaren, dat hij er vele vrienden onder had en dat velen hem vreesden en vluchtten wanneer hij

Sluiten