Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naderde. Toch lag hierin het geheim waarom zijn wacht zoo veilig was.

Het eerst ging hij naar de wijk van de kantoren omdat daar het minste werk was en het moeilijkste pas later kwam. Wanneer hij ieder slot betast had, aan iedere deur geduwd en gewrikt, naar ieder venster gekeken of er schijnsel was, stond hij stil, sloot de oogen en luisterde. En als hij op de koelte den geest van een inbreker hoorde sluipen, werden zijn voeten licht en rees hij op de teenen. Dan wendde hij het hoofd. En de man, die in de duisternis voorbij de lantaarn school, zag hem opeens, dook en verdween zooals een vleermuis. Algoet legde hier en daar zijn hand aan de gebouwen om te voelen of alles in orde was, het geld nog in de brandkast lag, de papieren op hun plaats. Dan wachtte hij tot er niets meer was te hooren, behalve een verdwaald geluid uit een andere wijk.

Hij zelf brak dan de stilte met zijn stok op de keien langzaam in de maat. Hij keek de bank eens aan, waar ook op dat uur vele gedachten van menschen kwamen, hij tuurde vorschend, want er zijn daar oogen die loeren op kans en het goud wil soms veranderen van eigenaar. Met den knop van zijn stok tikte hij op den muur, hij

Sluiten