Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tempels, torens, waarvan het kleinste grooter is dan jullie begrijpen kunnen, maar er is geen mensch te zien. Er stonden er nog hier en daar, brokkelend in verval, met gescheurde muren waar bloemetjes op bloeiden zooals buiten op het veld, en ik zag er ook veel die ik geen gebouwen kan noemen, hoogstens grondvesten, groen van het gras. Waarom heeft men die gebouwen niet wat opgeknapt? vroeg ik dien ouden heer. Hij keek mij aan en hij zei: Potbul, wat een malle vraag. Zie ik er uit of ik lust zou hebben om iets op te knappen? En zooals ik ben, zoo zijn wij allemaal die hier nog wonen. Ik heb hem toen goed aangekeken, maar ik zal jullie niet vertellen wat ik zag. Hoewel ik het jammer vond van die stad, die de prachtigste geweest moet zijn die ik mij voor kan stellen, begreep ik toch dat hier niets te verbeteren was als alle inwoners waren zooals hij. Maar andere menschen liepen er niet op straat, ook niet toen de zon was opgekomen, hetgeen ik merkte omdat er hoog in de lucht een leeuwerik zong. Wij dwaalden langs de leege straten en pleinen waar niets te zien was dan steen en nog eens steen, marmer en graniet in alle kleuren, van roest bevlekt omdat er ook veel ijzer lag. Mijn aandacht werd ge-

Sluiten