Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als gezang uit het paradijs. Op het plein woei het al den tijd dat er binnen gesproken werd en de burgers, die verfrissching zochten van de zomerhitte, brachten bankjes en zaten rondom de kerk. De wind kon plotseling veranderen van Zuid tot Noord, van West tot Oost, maar meestal bleef hij koel en zacht. Alleen wanneer het gesprek tusschen predikheer en ondervrager werd afgebroken woei het onstuimig en een oogenblik later was het windstil.

Die daarbinnen de gesprekken volgden hadden de voldoening te zien dat de predikheer het beter wist en dat de vreemdeling dit altijd toegaf. Toen er eindelijk over het vraagstuk van de zonde werd gesproken toonden de tegenstanders zooveel geleerdheid dat de toehoorders er niets van begrepen, er kwamen er van lieverlede minder en die tenleste de kerk nog binnen traden deden het om naar de stemmen te luisteren. Het wezen van de zonde werd gepeild, ontleed en nageplozen, de gevolgen werden opgesomd, de middelen overwogen om haar te voorkomen of tegen te gaan. Aan het eind van iederen dag had de predikheer gelijk, aan het begin van den volgenden had de twijfelaar weer bezwaren. Dit ging zoo voort tot in den herfst.

Sluiten