Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit, en Jonas bleef naast hem loopen, eveneens mopperend. De een had aan te merken op het plaveisel, de ander op de winkels, en het trof gedurig dat zij het niet eens waren over dit en over dat. Nadat zij de heele lengte van de boulevards geloopen hadden zeide Lemmerts dat hij een droge keel had en Jonas hield vol dat het beter was niet te drinken.

Ondanks de vermoeienis lag Lemmerts dien nacht slapeloos op de canapé. Hij vroeg zich af waarom hij de humeurigheid, de tirannie, de vitterij van den wildvreemden Jonas verdroeg. Wie was Jonas en wat verbeeldde hij zich dat Lemmerts naar zijn pijpen zou dansen? Hij wond zich zoo op dat hij driftig het raam openschoof, maar Jonas merkte het niet want hij lag te snorken. Nog voor den dageraad pakte Lemmerts stilletjes zijn valies en verliet het hotel. Hij liep er mee langs den boulevard toen hij werd aangesproken door een bekoorlijk persoon met zilverblond haar: Jonas, wat ben je toch dom, zeide zij op zangerige wijze, om Lemmerts zoo in den steek te laten. Je bent met vacantie voor je beproeving en goedschiks of kwaadschiks moet je toch iets van hem leeren. Zijn onnoozel: Pardon, dame? hielp hem niet, zij

Sluiten