Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

61. Grote vis tart Boeglandse vloot

De Boeglanders voor de Kraalbocht waren met de gang van zaken allerminst ingenomen. Zij hadden nu al dagen lang gevist, gegraven, gebroken sn gebaggerd, er was nog geen spoor van de wondervis en het enige wat

wa? dat 9Sen sc,hiP n°9 een anke'- had en dat alle schepen sverij hadden opgelopen. Bovendien waren de zenüwen van de bemanningen

r- da war ter?ey0& ,v“ ee" blik op het afzichtelijk voorkomen van e ourie Grommeldor. De leider van de expeditie zond dus een telegram san den voorzitter van de commissie voor de zeevaartkunde, waarin hij om (vordPVn°F9 6n V6r|df Le.rZe,kerde' dat sPoedi9 resultaat bereikt zou

doira|EDatUoal I' ^ ^ 3 an‘w00rd* De voorzitter telegrafeerde: -io er al Dat gaf weliswaar zeer veel moed, maar duidelijk was het niet

ienddeB<B3 a| dT deKraa|bocht werden steeds benauwder. Intussen wer|B k9aïder! Boegla"d °P de hoogte gebracht van de moeilijkleden. In hun kranten stond: Grote vis tart Boeglandse vloot, en iedereen >egreep, dat het zeer spannend werd in de Kraalbocht

Na lang beraad besloten de kapiteins van de vloot toen dieper de bocht in te varen, zich te wapenen tegen verdere aanvallen van Grommeldor en zijn haaien en grote spoed te betrachten bij het vissen naar Stalma. Een vliegtuig dat op verkenning was uitgeweest, had de apen op hun vlotten gezien en men begreep, dat, als men de apen verjoeg en op hun plaats ging vissen, de kans op succes groter was. Eerst ging men echter de schade herstellen. Duikers trachtten de ankers weer op te vissen, de trossen werden gerepareerd en de netten en de leden van de bemanning die het ergst geschrokken waren, kalmerend toegesproken. Midden in de nacht ging men met angstige voorgevoelens toen verder de Bocht in. Het was doodstil, maar af en toe werd door een luidspreker het telegram van den voorzitter van de commissie voor de zeevaartkunde voorgelezen en dat luidde: Hoera.

Sluiten