Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELS NEEMT DE LEIDING

„Vertel nou es, man,” drong mevrouw Verschoor aan.

De wagen verliet de stad en in het schemerdonker begon meneer Verschoor zijn verhaal. Hij vertelde van de vele kennissen, die hij opgezocht had en die hem de hartelijke groeten hadden meegegeven voor zijn familie in Holland. Hg vertelde van zijn reizen over Java, maar hij vertelde niet, hoeveel kantoren hg bezocht had en met hoeveel mensen hg over een betrekking had gesproken. Dat was ook niet nodig, ’t Was nu eenmaal achter de rug. Gedane zaken nemen geen keer. Indië was voorbg. In Indië zou hij geen werk meer vinden. En morgen was er weer een dag. Dan konden ze er over spreken, wat ze nu moesten doen.

Els moest zo nu en dan haar hand op vaders schouders of op vaders knie leggen. Ze moest het nog eens goed voelen, dat hij weer bg hen was. En ze was zo blij, dat hij daar in Indië geen betrekking gevonden had. Want als hij wèl werk gevonden had, zou het misschien een paar jaar geduurd hebben voor zij konden overkomen. Dat hadden ze best geweten, toen vader wegging. Nu was hij er weer, nu zou hij weer ’s morgens aan de ontbgttafel zitten * en als het mooi weer was, zou hg hen om half vijf op de fiets weer tegemoet komen.

Om ongeveer half negen waren ze uit Utrecht vertrokken en om kwart over tien reden ze het dorp Groenbergen binnen. Vele villa’s waren al duister, de mensen in het dorp gingen vroeg naar bed. Op de boerenhoeven, terzijde van de weg, heerste al diepe rust. Alleen een hond blafte, toen de auto voorbij reed. In het licht van de straatlantarens zagen ze Smit, den politieagent, voorbijfietsen met zijn ruigharige hond.

De heer Verschoor wees den chauffeur de weg. Eerst sloegen ze links af, toen weer rechts, en daar stonden ze voor de rulle zandweg, waar geen lantarens meer brandden.

Sluiten