Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELS NEEMT DE LEIDING

vrij om elf uur. Toen zijn we naar huis gegaan, ’t Is zonde, om van elf tot twee by school te blijven hangen.”

„We hadden ’t je nog willen komen zeggen,” vertelde Wil, „maar ik vond het beter, om jullie niet te storen, nu je vader pas thuis is.”

„Gaan jullie mee om vier uur?” vroeg Els. „Vader wil jullie graag allebei bedanken.”

„Och, hou op met je gezanik,” antwoordde Joop. „We willen helemaal niet bedankt worden. Dan worden we verlegen. Zeg Els, hoor es.”

Joop knipoogde en Els kwam naast haar rijden, zodat Tini hen niet kon horen.

„Wat dan?”

„Zeg, Els, die rooie jongen van Kerkmeester kwam vanmorgen naar me toe en vroeg, of je ziek was. Hij keek zó bedroefd. Toen heb ik gezegd: „ja, ’t is heel ernstig met ’r! Toen vroeg ie: „Wat heeft ze dan?”

Els kreeg een kleur. „Och kind, wat kan het dien jongen nou schelen?”

„Een heleboel!” Joop schaterde. „Hij is wèg van je. En ik heb tegen hem gezegd: „je moet ’r maar es een bloemetje sturen, daar houdt ze zo van; en dat zou-ie doen.”

Wil Brinkman schudde haar hoofd. „Je bent net mal, Joop! Nou ziet-ie vanmiddag toch, dat Els helemaal niet ziek is?”

„Nou, wat geeft dat? Net leuk. Zeg Els... vind jij ’m aardig?”

„Neen,” antwoordde Els uit de grond van haar hart. „Helemaal niet. Hij is veel te rood. Neen hoor, ik ben niet op ’m gesteld.”

„Zal je straks zijn gezicht zien,” gichelde Joop. „Hij is er zo heerlijk ingelopen, jd.”

Joop had nog steeds de gewoonte, om haar vriendinnen „jö” te noemen. Ze was in de laatste drie jaren wel

Sluiten