Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELS NEEMT DE LEIDING

„Zullen we dan wat gaan schoffelen?” vroeg Els.

„Neen, dat zullen we liever niet doen,” antwoordde Joop. „Ik ben al moe van al dat gepruts aan jullie schilderijen.”

„Hebben jullie de tuin al gezien?” vroeg Els. Ze wist van vasthouden. Ze hoopte, dat er toch nog geschoffeld zou worden, als ze de meisjes maar eerst in de tuin had.

Wil liep met Els mee de tuin in, maar Joop was plotseling verdwenen.

„Waar zit ze toch?” vroeg Els.

„Die doet iets met dien schilder,” antwoordde Wil. „’k Weet ’t zeker. Ik ken ’r al vier jaar. Dat kan ze tóch niet laten.”

Joop had intussen een duik genomen in de eetkamer, waar het muizenhoofd haar somber aankeek. Hij was de belediging nog niet vergeten. Maar Joop had ’m nodig en ze vroeg, met haar liefste glimlach:

„Och meneer, u hebt hier ijzergaren en een grote naald, mag ik die even van u lenen?”

„Waarvoor is ’t?” vroeg de gordijnenman achterdochtig.

„O, om iets te naaien,” antwoordde Joop luchtig.

„Jawel, dat had ik zo ook wel begrepen,” zei de behanger, die nu eens tonen wilde, dat hij in het bezit was van een gezond stel hersens. „Nou ja, afijn, als ik het maar terugkrijg.”

„Dat is gegarandeerd. M’n woord van eer! Binnen vijf minuten! Eed der edelen! Dank u wel. Dag meneer.”

In de bijkeuken hing een vlekkerig colbertjasje. Joop had er den verversknecht zo-even zijn hand in zien steken. Een voor een naaide ze de mouwen met grote steken dicht. Ze besteedde veel zorg aan haar werk en het zag er keurig uit.

Daarna bracht ze naald en draad terug by den behanger en toen begon ze rond het huis te dwalen, om er zeker van te zijn, dat ze het schone schouwspel niet zou missen.

Sluiten