Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELS NEEMT DE LEIDING

„’t Lijkt wel een film,” zei Joop. „’k Wist niet dat zulke mensen echt bestonden. Maar ’k heb wel es gelezen, dat in een pension altijd de gekste mensen van de wereld komen. Dat komt dus uit. Wedden, dat die man leraar is?”

„Ja, dat is-ie ook,” antwoordde Els. „Hij heeft het juist aan vader verteld. Enfin, misschien valt-ie wel mee.”

Even later zaten de gasten in de eetkamer.

„Ik kan ze zeker niet zién eten?” vroeg Joop.

„Neen, natuurlijk niet,” antwoordde Els. „Blijf jij nou maar in de huiskamer, mallerd.”

Kathe bracht een macaronischoteltje binnen; brood en boter stonden al klaar en er werden glazen melk en een potje koffie geserveerd.

„Bitte,” zei Kathe met een betoverende glimlach.

„Ach so, Sie sind Deutsche?” vroeg meneer de Kooi.

„Ja, ja.”

„Bringen Sie dann bitte noch gleich ein paar Butterhammen... Butterbröte meine ich,” zei meneer de Kooi.

„Ja, bitte, sofort,” antwoordde Kathe.

In de keuken stikte ze van het lachen. „Hei spreekt Deutsch, maar hei kan ’t niet.”

Maar ze hield plotseling op met lachen, toen mevrouw Verschoor binnen kwam. Tegen Els en Joop durfde Kathe wel iets zeggen, maar ze voelde heel goed, dat haar opmerking eigenlijk niet te pas kwam. Ze bracht de gevraagde boterhammen binnen en zo nu en dan zond Els haar naar de eetkamer, om te zien, of de gasten van alles voorzien waren.

Dadelijk na de lunch had meneer de Kooi een gesprek met vader Verschoor en deze lichtte hem in over de wandelingen rond Groenbergen. Het was stralend zomerweer en de familie stapte de oprijlaan af. Ze liepen weer net zo, als ze ook in de tuin hadden gewandeld. Joop en Els stonden hen na te kijken. Toen zagen ze, dat meneer de

Sluiten