Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELS NEEMT DE LEIDING

de kant in het water groeiden, „kunnen we die niet plukken, dan neem ik ze mee voor moeder.”

Henri Landsma ging op de grond liggen en probeerde de lissen te bereiken. Kleine Jan stond vlak naast ’m. Plotseling gleed Henri een eindje naar beneden. Hij hield zich nog juist tegen, maar hij sloeg wild met zijn armen en benen, om zich vast te houden. Daarbij duwde hij Jantje met zijn knie in zijn rug.

De kleine jongen was op die onverwachte beweging niet verdacht en rolde het hellinkje af. Met een verbijsterd gezicht stond hij tot aan zyn knieën in het water.

Schaterend van het lachen trok Joop hem weer op het droge. En toen er zo gelachen werd, lachte Jan dapper mee. Fons danste er omheen en was méér dan gelukkig.

Nu zat Jan zonder kousen en schoenen op het zachte gras. Joop en Els hielden krijgsraad. „Hij kan die natte kousen niet meer aan,” zei Els, „maar z’n schoentjes wel. Die zyn wel nat, maar ’t is niet zo erg! ’t Is toch warm weer.”

Ze wrong de kletsnatte kousen uit, en Henri deed ze in een papiertje in zyn zak.

Terwijl ze terug liepen naar het pension, deed Joop haar uiterste best, om Henri weer gunstiger voor zich te stemmen én dat lukte heel aardig. Toen ze het hek van „de Zonnewijzer” binnenkwamen, zaten de heer en mevrouw de Kooi in makkelijke stoelen voor het huis. Ze keken vriendelijk naar het naderende troepje. Maar toen mevrouw de Kooi Jantje’s blote benen zag, trok ze haar wenkbrauwen verwonderd op en ze zei iets tegen haar man.

Meneer de Kooi stond op. „Dag juffrouw Verschoor, vriendelijke dank, dat u zich zo met onze spruiten bemoeid hebt. Maar waar zijn Jan’s kousen?”

„O, meneer de Kooi,” antwoordde Els. „Jan is per ongeluk in het water...”

Sluiten