Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELS NEEMT DE LEIDING

in de turn speelde, een doosje bonbons brengen voor Els. „Stublief,” zei hy. „Van me vader.”

Els ging meneer de Kooi bedanken, maar die keek haar een beetje schichtig aan en hij zei: „O eh ... helemaal niet nodig om te bedanken, het was eh... het was een misverstand.”

Zingend stond Els in de soep te roeren. Ze was zo bly, dat het geval goed afliep. Stel je voor, dat de familie de Kooi plotseling was vertrokken en door haar schuld! Ze zou niet geweten hebben, waar ze zich bergen moest, ’t Zou verschrikkelijk geweest zyn voor vader en moeder, die zo hun best deden. Gelukkig maar. Die zaak was achter de rug en ze vond meneer de Kooi nu eigenlijk veel aardiger dan vroeger.

Els’ eerste enthousiasme was intussen heel wat bekoeld. Ze vond het werk niet onaangenaam, maar ze begreep nu toch wel, dat een pension hoge eisen stelt. Ze liet het niet merken, maar ze was jaloers op Joop en Wil, die zo nu en dan eens even kwamen aanlopen en die verder de hele dag precies deden, wat ze zelf wilden. Die twee gingen fietsen en zwemmen, ze lagen de hele middag lui in de tuin met een boek, ze pakten ’s avonds een bioscoopje en dat was nu voor Els allemaal afgelopen. Om zeven uur begon de dagtaak en ze moest blij zijn, als ze ’s middags één uurtje vrij was, maar dan voelde ze zich al te moe, om iets te ondernemen. En voor negen uur ’s avonds was se nooit klaar. Geen dag had ze vrij, want de gasten moesten ook op Zondag bediend worden. En na de eerste acht dagen kon ze zich ’s avonds soms zó moe voelen, dat se geen lust meer had, om een klein wandelingetje te maken met haar ouders. Mevrouw Verschoor deed dagelijks baar best, om haar dochter wat werk uit de handen te nemen, maar dat wilde Els beslist niet. Liever viel ze er bij neer, zoals ze tegen Wil zei.

Sluiten