Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELS NEEMT DE LEIDING

brancard in zo’n ziekenhuis werd gebracht. Griezelig idee, hè Els, dat het jou en mij ook kan overkomen?”

Door de gang kwamen twee zusters voorbij. Ze duwden een wagentje, waar een bleke jongen op lag.

„Jakkie,” zei Joop, „wat eng! Die brengen ze zeker naar de operatiekamer.”

Ze trok helemaal wit weg en met een paar grote ogen keek ze het wagentje na. Toen zei ze: „wat ben je bleek, Els.”

„Niet bleker dan jij,” antwoordde Els.

De portier kwam terug met een zuster en deze ging de meisjes voor, een trap op, naar de eerste verdieping. Ze had een streng gezicht, en smalle, dunne lippen.

„Zijn jullie familie van de patiënt?”

„Neen zuster,” antwoordde Els. „Kathe is ons dienstmeisje.”

„Juist. Jullie weten zeker al, dat je maar enkele minuten mag blijven. Ze moet zich vooral rustig houden.”

„Het is toch goed met haar, zuster?”

„Zeker. De dokter is heel tevreden, maar‘op de eerste dag, vlak na een operatie, wordt bezoek in ’t algemeen niet toegestaan of anders hoogstens enkele minuten. Willen jullie daar om denken?”

Kathe lag in een witte kamer in een wit en zeer hoog bed. Ze zag er lang niet meer zo verhit uit als de vorige avond en ze straalde, toen ze Els en Joop binnen zag komen.

„Nou, daar zijn we,” zei Els. „Voel je je goed, Kathe?”

„Alleen noch ein bischen pein. Maar niet erg. En ik heb het gevoel, of iek teveel gegeten heb. En iek heb toch niets gehad.”

„Hoe was ’t?” vroeg Joop schuchter.

„Abscheulich. Iek habe so geweint. Alle weisze herren mit weiszen Kitel... jakken... boizen... en dan op een-

Sluiten