Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK IX

uuul UF DE SPUITWATERFLES

Dadelijk na het eten gingen de meisjes zich kleden. Ze behoefden dat gelukkig niet in de tent te doen, waar ze geen spiegel hadden en waar ze nauwelijks rechtop konden staan. Ze mochten in de slaapkamer van juffrouw van Leusden hun gang gaan en hielpen elkaar.

Joop was het eerst gereed. Ze had een wijde, zwarte rok aan, die tot op de voet viel. Het nauw-sluitende lijfje was aardig geborduurd en het enige wat ze miste, was een snoer echte bloedkoralen. Nu droeg ze maar de ketting van rode, houten kralen, die ze van Els had geleend.

„Kinderen, geef me nu es goede raad,” zei Joop, „Miene heeft me er klompen by gegeven, ’t Is natuurlijk het aardigste met klompen. Wat vinden jullie?”

„Natuurlijk met klompen,” antwoordde Wil, „een Zeeuwse boerin loopt toch niet op schoenen?”

. dacht,” begon Els, maar Wil gaf haar een knipoogje. Toen zweeg Els, maar ze herinnerde zich heel goed, dat ze een paar jaar geleden in Middelburg tientallen Zeeuwse boerinnen had gezien op gewone schoenen.

„Ja, dan maar klompen,” zei Joop, „maar ik neem m’n schoenen in een papiertje mee, want ik geloof, dat je niet erg prettig dansen zult op klompen.”

Wil had de rok en de khakiblouse al aan. Er werden een paar reepjes papier in de rand van de hoed gelegd, omdat die iets te groot was. Wils sportschoenen stonden er hele-

Sluiten