Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELS NEEMT DE LEIDING

„Dag Els,” zei Tini, „was ’t fijn? En overmorgen ga ik met moeder naar zee. Fijn, jö! En dan mag jij es thuisblijven. Hè, ’k ben echt jaloers op je geweest. Zeg Els, we hebben nou zulke gekke mensen! Twee heel oude juffrouwtjes met een zeekapitein.”

„Wat?” vroeg Els.

Vader Verschoor legde het uit. „Ja, we hebben nu alleen nog de Landsma’s, die ken je. En dan zijn er twee oude dametjes uit Amsterdam en de broer van een van die dametjes. Dat is kapitein van der Blonk, die jaren lang op Indië heeft gevaren. Een heel aardige baas. Je zult zeker goed met hem kunnen opschieten, Els.”

„En wie nog meer?” vroeg Els.

„En dan die familie Goedewagen uit Winterswijk. Je weet wel, die kennissen van mevrouw Brinkman. Je moet mevrouw Brinkman eens hartelijk bedanken, dat ze ons pension heeft aanbevolen. Ja, we hebben nu weer tien mensen.”

„’t Gaat best, hè?” vroeg Els.

„Ja, kind, gelukkig wel,” antwoordde mevrouw Verschoor met een zucht. „En nu heeft vader uitgemaakt, dat Tini en ik een week naar zee gaan. Eerst was ik er op tegen, maar ’t is voor Tini natuurlijk wel heerlijk, dat ze er ook eens uitkomt.”

„En hoe is de nieuwe hulp, Moeder?”

„Nou... ’t gaat best. ’t Is natuurlijk geen Kathe. Ze is wat ruw en onhandig, maar ’t zal wel wennen. Ga maar es kijken.”

Toen Els in de keuken kwam, vloog Kathe haar om de hals.

„lek bien weer helemaal hergesteld. Helemaal besser! lek kan weer zoviel doen.”

En daar stond Marie, de nieuwe hulp, kopjes af te wassen. Ze had een groot, rood gezicht en omdat ze haar

Els neemt de leiding 11

Sluiten