Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELS NEEMT DE LEIDING

mouwen had opgestroopt, zag Els haar vuurrode armen. Wel een heel ander type dan Kathe.

„Dag juffrouw,” zei de nieuwe hulp. „Ik ben Merie.”

„En hebt u ’t fein gehad?” vroeg Kathe. „lek bien blei, dat we elkar nu weer in de keuken zien en niet in het

krankenhaus. O o... wen iek daaran terugdenk... o,

o... iek heb mij zo geangstigd.”

„Je moet het toch voorlopig maar kalm aan doen, Kathe,” zei Els. „Nou, tot straks hoor. Ik ga eerst eens naar de gasten kijken.”

„Dag Els,” zei mevrouw Landsma, „weer helemaal opgekikkerd, kind? M’n zoon zal zo wel thuiskomen en hij ^al blij zijn dat je er bent. Ja, we waren eerst niet van plan, om zolang te blijven, maar het bevalt ons hier zó best en het is voor Henri zo gezond.”

Juist kwamen enige gasten de tuin in en Els begreep, dat het de familie Goedewagen uit Winterswijk moest zijn.

„O, dus dat is Els,” zei mevrouw Goedewagen. „We hebben al zoveel over je gehoord van mevrouw Brinkman. Is Wil nu ook weer thuis?”

„Ja mevrouw, we zijn met ons drieën teruggekomen.”

Mevrouw Goedewagen stelde Els voor aan haar man en haar zuster, die een jaar of tien jonger was en die meeging, om wat op de kinderen te letten.

Dat moest ook, want Klaas, die dertien jaar was, had wel toezicht nodig. Mies, z’n zusje, die drie jaar jonger was, leek veel rustiger.

„Bevalt het u bij ons?” vroeg Els.

„O ja, heel prettig. We hebben mooie kamers en het ligt hier zo heerlijk rustig, hè? Jullie hebben het best uitgekozen.”

De familie Goedewagen ging direct door naar binnen, om zich te verfrissen voor het diner en Els liep 4e achtertuin in. ’t Was nog even onwennig, maar ze vond het toch

Sluiten