Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELS NEEMT DE LEIDING

Natuurlijk hoorden Henri en Els ook van het geval en ze hadden er veel plezier in.

„Dat is een kostelijk oud mensje,” zei Henri. „Ik praat wel es met hun en dat is heerlijk. Als Mien iets beweert, komt Agaathje er tegèn op. Ze krijgt niet veel kans, om iets te zeggen, maar soms schiet ze plotseling uit haar slof en dan krijgen ze ruzie. En dan zegt de kapitein: de meissies hebben heibel, ik blijf buitengaats. Hoge zee vandaag! De stormwaarschuwingsdienst seint aan alle posten: verwacht zuidwester storm! Nee, ’t is werkelijk een prachtig stel, Els. Je zult er nog van genieten.”

»Zeg jongeman, sta je mij te imiteren?” vroeg de kapitein, die juist de conversatiezaal binnenkwam.

„Pardon, kapitein,” antwoordde Henri met een kleur. „Ik eh...”

ja, je had het over storm. Nou, daarom kom ik juist binnen. Ze hébben weer ruzie. Ik snap dat niet! Ze kunnen geen uur buiten elkaar, die twee, maar als ze bij mekaar zijn, zitten ze te harrewarren. Ja, jullie zullen wat meemaken in zo’n pension, hè meneer Verschoor?”

„Nou, dat schikt nogal,” antwoordde vader Verschoor.

Els ging in de gang op de gong slaan en even later passeerden de twee oude dametjes haar. Ze waren in druk gesprek. Dat betekende, dat de zuster van den kapitein het woord voerde, terwijl Agaath, die er geen speld tussen kon krijgen, maar steeds haar hoofd schudde.

Ja, er was wel heel wat verbeterd sinds de komst van „Merie.” Want nu konden de Verschoors met hun vieren rustig in de kleine huiskamer eten, terwijl de twee meisjes voor alles zorgden. Mevrouw Verschoor en Els gingen om de beurt eens kijken, of alles op rolletjes liep.

Toen Kathe het dessert binnenbracht, liep Els even het eetzaaltje binnen. Juffrouw van der Blonk zat met gestrekte wijsvinger iets te beweren.

Sluiten