Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELS NEEMT DE LEIDING

tel en hoedje te bemachtigen, maar Joop liep hard weg en wandelde deftig door de tuin.

Op dit ogenblik verscheen juffrouw Kortenaar om de hoek van het huis. Ze had haar middagslaapje achter de rug en zag er vrolijk uit.

„Els,” vroeg ze, „heb je juffrouw van der Blonk misschien ook gezien? O neen, dank je. Ik zie haar al. Mien! Mientje!”

Joop keek even om; toen wist ze genoeg. Ze liep met kleine dribbelpasjes door en deed, of ze niets hoorde.

„Ze wordt een beetje doof,” zei juffrouw Kortenaar toegeeflijk, met een knipoogje naar Els, die verstard zat van schrik. „Ze wil het niet weten, maar de ouderdom komt met gebreken. Mien! Mien!!! Neen, hoe is ’t toch mogelijk? ’k Ben blij, dat ik ten minste niét zo doof ben.”

„Zal ik ’r even voor u halen?” vroeg Wil en toen kreeg ze een trap van Els tegen haar kuit, zodat ze een pijnlijk gezicht trok.

„O neen, kind, dat hoeft niet, hoor,” zei juffrouw Kortenaar. „’k Zal zelf wel even gaan.”

Joop keek voorzichtig om en toen zag ze, dat ze door haar „vriendin” gevolgd werd. Ze liep stevig door en juffrouw Kortenaar dribbelde achter haar aan.

Els was bleek om haar neus. „Lieve help, Wil, wat moeten we doen? Sufferd ook! En vader heeft me nog zó gewaarschuwd, dat Joop zich niet met die twee oude dametjes mocht bemoeien. Wat moeten we doen, Wil?”

„Niets,” zei Wil. „Juffrouw Kortenaar zal ’t zo wel opgeven. En Joop loopt natuurlijk door.”

Op enige afstand volgden Wil en Els. Joop stapte nog steeds door en ze moest wel zo doof als een kwartel zijn, dat ze de stem van Agaath Kortenaar niet hoorde.

Nu was de dochter van den burgemeester bij het achterhek gekomen. Ze keek nog eenmaal om en toen ze zag, dat

Sluiten