Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waroeng-houdster vertelt nieuwtjes, die ze des morgens gehoord heeft, en Siti doet pas ontvangen lekkernijen, fel rood gekleurde „Spinnekoppen”, een mengsel van Javaanse suiker en cocosschraapsel, in de stopflessen, die ze heeft schoongemaakt.

„Ja, ik heb het van Pak-Simin gehoord. Een grobakvoerder uit Oedjoengboeroeng liep gisteren nacht voor zijn grobak langs het ravijn bij Premboet, toen er een spook uit een boom öp zijn schouders sprong en hem in het gezicht sloeg,” vertelt een der oudere mannen.

Maryam moet hartelijk lachen. „Pak-Simin is een praatjesmaker, hij heeft altijd wat nieuws,” zegt ze.

Maar er zijn er, die den ouden man bijvallen: ,/t Is niet alleen Pak-Simin, die het vertelt, ook andere lui hebben den grobakvoerder gesproken.”

„Waar is het precies gebeurd ?” vraagt een der voerlui, die binnenkort in de buurt van Premboet moet zijn. En de mannen, die daar bekend zijn, leggen omslachtig uit, waar de gevaarlijke plek zich bevindt.

„Er zijn veel spoken in de buurt van Premboet,” zegt een oude grobakvoerder fluisterend. „Een paar maanden geleden is er immers een auto in het ravijn te land gekomen, omdat de chaffeur van een spook was geschrokken.”

„Ja, er zijn veel spoken in de buurt van Premboet.” stemt een ander toe. „En het is werkelijk geen wonder, dat het zo is.”

De anderen willen weten waarom. „Wel, de blanke heer, die bij Premboet woont, hield varkens. En toen die varkens gestorven zijn, heeft hij ze op een heilige plaats begraven. En het zal in die buurt blijven spoken, tot hij een offermaaltijd gegeven heeft om de geesten te verzoenen.”

Sluiten