Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik moet over een paar dagen langs het ravijn/' zegt de grobakvoerder, die zo precies naar de plaats informeerde.

„Dat is gevaarlijk/'

„Je moet een djimat (amulet) meenemen, die je tegen de geesten beschermt."

„De zendeling van Tjideres zegt, dat er geen spoken zijn," mengt een der jonge mannen zich in het gesprek.

Verwonderd en een beetje boos ook, omdat een jonge man hen durft tegenspreken, halen de anderen de schouders op .... „De Hollanders zien de spoken niet en zijn er dus niet bang voor," zegt iemand, „Ik zou een djimat meenemen, als ik die buurt uit moest."

„Ja, zeker is zeker," zegt Maryam. „De hadjiJ) uit het dorp heeft djimats uit Mekka meegebracht — ik heb er een paar van hem gekregen om te verkopen Ze kosten maar een dubbeltje. Wil je er een kopen ?".

„Wat is het?"

„Een stukje slangenhuid in apenbloed gedrenkt."

„Helpt het?"

„Natuurlijk helpt het — en het kost maar een dubbeltje."

„Ik heb nu geen geld."

„Dan betaal je het volgende week maar."

„Goed dan!"

Maryam haalt uit een blikken trommeltje een viezig stinkend stukje slangenhuid te voorschijn, dat de grobakvoerder in een punt van zijn sarong knoopt.

„Ja, daar moet je het bewaren," zegt Maryam.

Siti heeft, onder haar werk door, naar het spookverhaal geluisterd. Het is niet voor het eerst, dat ze zo'n geschiedenis hoort. Ze is opgegroeid in vrees voor

*) Heilige man, die in Mekka, de stad van Mohammed, is geweest.

Sluiten