Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maakt, 'k Zal den controleur bericht geven. Hoe is het ongeluk gebeurd?"

„Remmen doorgebrand. — Maar dokter, was het niet beter geweest de vrouw met de auto mee te nemen V*

„Durfde ik niet — 'k was bang voor schokken en ze moet languit blijven liggen tot na het onderzoek."

Als de mannen met de draagbaar komen, is alles gereed om Maryam te onderzoeken. Ze ligt nu met gesloten ogen en slechts flauw ademend op de onderzoektafel. Als het onderzoek is afgelopen, kijkt de dokter ernstig genoeg.

„Dodelijk?" vraagt mevrouw Verhoop.

„Ik vrees van ja!"

„Wat heeft ze?"

„Zware kneuzingen en inwendige verbloeding."

„Arme Siti!"

„Heet de vrouw zo?"

„Neen, Maryam. Het is de waroengvrouw, die ik bedoelde. Siti is haar dochtertje.

„Kent U haar familie?"

„Ja — ik zal iemand naar Kadipaten sturen om te waarschuwen."

„Zou ik maar niet doen. De man is niet thuis, hoorde ik — en het meisje zal wel direct naar Tjideres komen, als ze van het ongeluk hoort."

„Arme Siti!" zegt mevrouw Verhoop nog eens, en ze heeft tranen in de ogen.

Als Joesoep, vrolijk en goedsmoeds, omdat hij bij het dobbelen gewonnen heeft, van Djatiwangi naar Kadipaten stapt, komen de karrevoerders, die bij het ongeluk tegenwoordig waren, hem tegemoet.

„Is dat Joesoep, die daar aankomt ?" vraagt de voorste aan den achter hem komende.

„Ik ken hem niet."

Sluiten