Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VIII.

HAAR ROEPING,

Tot de laatste dag van het verblijf der familie de Lange in Bandoeng woont Siti bij haar pleegouders. Op de avond van de dag vóór de verkoping van het meubilair trekt ze naar de kostschool, die aan de Zendingsschool verbonden is. Nog één week blijven haar pleegouders op Java, dan komen ze voor de laatste maal een dag naar Bandoeng, om nog enkele dingen te regelen en afscheid van Siti te nemen.

Op de dag van het afscheid zijn mijnheer en mevrouw de Lange bij den directeur der Zendingsschool op bezoek en Siti zit met hen en de familie van den directeur in de achtergalerij van de ruime woning. Er wordt weinig gesproken, maar Siti en haar pleegouders zijn diep onder de indruk van het naderend afscheid, dat wel eens een afscheid voor altijd zou kunnen betekenen, tenminste hier op aarde.

„Als je moeilijkheden hebt met het een of ander, zullen de directeur en zijn vrouw je in alles bijstaan."

„Ja, njonja, dat weet ik."

„Maar, niet waar mijnheer de Groot, ze mag ons ook altijd om raad vragen."

„Natuurlijk."

„En zal je trouw schrijven ?"

„Zeker njonja, iedere week."

Er wordt verder niet veel over het naderend afscheid

6 Siti

Sluiten