Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Joesoep heeft niet geantwoord. En nu staat hij onverwacht voor zijn dochter. Siti schrikt, als zij hem ziet, Zo oud en vermagerd ziet hij er uit. En slordig in de kleren, dat hij zit! Joesoep zou vroeger niet op reis gaan, zonder z'n beste kleren aan te doen. Nu is hij haast haveloos gekleed. Een oude, verschoten kaën (doek) fladdert om zijn dunne benen, een smerig jasje met talrijke gaten bedekt maar gedeeltelijk een groezelig hemd en inplaats van een keurig gevouwen hoofddoek heeft hij een verschoten fluwelen mutsje op zijn slordige haren.

„Vader, wat ziet U er uit!” zegt Siti. „Bent U ziek?”

„Ja, ziek en vermoeid — ik heb de gehele weg van Kadipaten naar Bandoeng te voet afgelegd om jou te spreken.”

„Wat is er gebeurd?”

„M'bok Merah is van mij weggelopen — nu twee maanden geleden — haar dochter ging trouwen met een Javaan uit Solo — ze heeft mij niets gezegd, maar is verdwenen. Ik ben nog naar Solo gereisd om haar op te zoeken, maar ik heb haar niet gevonden. Omdat ik geld nodig had, trachtte ik werk te vinden, maar het is mij niet gelukt. Eindelijk wilde een Chinees in de buurt mij wel in dienst nemen om hout te hakken, maar ik kon het zware werk niet volhouden. Ik ben er ziek van geworden — ik heb vreselijke pijnen in de rug en weet niet wat ik beginnen moet, om in het leven te blijven. Als ik maar een gewonde arm of een zeer been had, dan kon ik aan de weg gaan zitten om te bedelen. Nu geeft niemand mij wat. Weet jij geen raad?”

Siti is diep onder de indruk. Dit is toch wel vreselijk, als een vader bij zijn dochter, die hij het huis uitstuurde, als bedelaar moet komen.

„Ik — ik heb geen geld — maar ik zal erover denken — komt U vanavond even aan.”

Sluiten