Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ja waarlijk, Tom had honger. Klok, klok, klok, zei het in :ijn maag. Toch zei hij beleefd : „Doet u voor mij geen moeite, uffrouw. Ik kan thuis wel eten.”

Freddie's moeder ging naar de kast.

„Mijn grootouders,” zei ze, „kwamen uit Polen in Europa. Daar leren ze, dat zelfs de armste mensen hun gasten moeten Dnthalen en van het beste geven wat ze hebben. Daar rust Gods tegen op. De goede God zelf kwam eens als gast onder de mensen.”

Er lagen vier sneden brood in de kast klaar. Ze waren besmeerd met een beetje vet uit een fabriekspakje.

„Daar, voor ieder een,” zei Freddie's moeder. „Als ik een boerderij had gehad, Tony, zoals mijn grootouders en mijn ouders, had ik een kip voor je kunnen slachten en jonge sla kunnen plukken, zoals dat behoort. Je bent gelukkig maar een kind en honger is de beste saus.”

Tom hapte in de boterham. Hij had nog nooit zulk brood geproefd en nog nooit dit kleverige vet. Maar Freddie's moeder vertelde zoveel nieuwe dingen, dat hij op zijn eten haast niet letten kon.

„Dank u vriendelijk,” zei hij, toen hij hem op had. „Het heeft mij heerlijk gesmaakt.”

„Je bent zo beleefd als een lord, Tony,” zei het kleine vrouwtje. „Het doet toch wel goed, zoiets weer eens te horen. Mijn grootouders in Polen hadden net zulke manieren.”

Buiten begon het te kraken, of het vlak boven het huis onweerde.

„Hoor, ze vechten,” riep Freddie. Hij liep naar het raam en schoof dat open. Ineens was zijn moeder haar vriendelijkheid en beleefdheid vergeten. Ze gaf een boze schreeuw.

„Wil je dat raam dicht laten I” riep ze scheldend. „Moet je 'n kogel door je hoofd krijgen van je linker naar je rechter oor ?”

Sluiten