Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fred leek groots met het compliment.

„Vin je ook niet? We hadden al aangeboden, de mannen te helpen bij de staking. Maar ze wilden niet geloven, dat ze aan ons wat hadden. Je weet net, wat grote mannen altijd zeggen. Blijf jullie maar bij je moeder, jongens. Net of wij klein blijven.”

Daar kon Tom over meepraten.

„Mijn moeder doet ook altijd, of ik maar een kleine jongen ben,” vertelde hij.

Freddie werd hoe langer hoe vertrouwelijker.

„We hebben een echte club,” zei hij, „met statuten. Ik ben de kapitein en Jim is de luitenant. Ieder nieuw lid moet een belofte afleggen.”

„Wat voor een belofte ?”

„Dat hij altijd, naar best vermogen, het doel van de club zal dienen,” vertelde Fred. „Dat hebben we gelezen in een boek op school.”

„En wat is het doel ?” vroeg Tom door.

„Au,” riep Freddie. Hij was rechtop gaan zitten, om Tom plechtig antwoord te kunnen geven en nu stootte hij zijn hoofd tegen de paal. Hij wreef zijn bol en zijn antwoord maakte daardoor wel wat minder indruk op den luisterenden Tom.

„Ons doel is : overal, waar we kunnen, de mensen behulpzaam te zijn.”

„Da's toch zeker niet makkelijk,” vond Tom.

Freddie was weer gaan liggen.

„Mijn moeder zegt altijd : de mensen moesten elkaar meer helpen.”

O, had Freddie’s moeder dat gezegd ? Dadelijk voelde Tom veel meer voor die belofte. Freddie's moeder zelf hielp vast ook iedereen. Haastig ging hij na, wanneer hij de mensen zou kunnen helpen. Het zou bij hem niet zo dikwijls voorkomen !

Het halfuur was gauw om.

Sluiten