Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zullen we er dan om zes uur over vergaderen ?” vroeg Fred.

„Vergaderen is verboden,” lachte John.

„Hier ben ik de baas,” zei de kleine Freddie met veel waardigheid.

Geen van de andere jongens bracht daar iets tegen in. Ze slenterden naar de rand van het plateau en gingen daar liggen in de schaduw van het hout.

Freddie en Tom liepen samen naar Freddie's tent.

„Hoe weet je nu, dat het zes uur is ?” vroeg Tom.

„Dan luidt de klok van het kerkje,” vertelde Freddie.

„Altijd ? Waarvoor luidt die dan ?”

„Om de mensen te waarschuwen, dat ze iets bidden moeten ter ere van Maria,” legde Fred uit. „Mijn moeder heeft me dat allemaal verteld.”

„O,” zei Tom weer. Hij durfde toch niet aan Fred te vertellen, dat hij niet eens wist, wie Maria wis. Het leek hem zo dom. Hij vond het beschamend, dom te zijn in de ogen van een jongen, die kleiner was dan hij zelf.

„Hebben jullie niet allemaal een tent?” vroeg hij, zonder overgang.

Freddie schudde zijn hoofd.

„Kun je denken, zo rijk zijn we niet. Hebben we niet nodig ook. Die tenten zijn om te slapen en de meeste jongens mogen geen nacht wegblijven van d’r vader en moeder. Jim en Joe en ik mogen altijd. Daarom zijn we zulke vrienden.”

„Blijven jullie vannacht hier ook?” vroeg Tom door.

„Als we aan de pastorie wat eten kunnen krijgen,” zei Fred.

„Heb je geld om dat te kopen ?” Die Tom wilde van alles het naadje van de kous weten.

„Kopen?” Freddie lachte eens smakelijk. „Wij hebben nog nooit wat gekocht. Als we 's avonds bij den father aankloppen,

Sluiten