Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te stoeien en te vechten, juist als Tom ’t van hen gezien had bij het uitgaan van de school. Heel achteraan reed er een meisje in een wagentje. Dat was Jim z'n kleine zusje, het stakkerdje, dat niet meer lopen kon na haar ongeluk.

Moeder ging natuurlijk het eerst naar het zieke meisje.

„Wat is dat jammer, lieveling," zei ze. „Maar we zullen jou meenemen naar dokter Whiteson in New York en die zal je vast beter kunnen maken." Ja, die dokter was de knapste man van de hele wereld.

De kinderen gingen aan de lange tafels zitten.

„Ha, pudding, pudding, pudding," riepen ze onderwijl. Eén enkele stoel lieten ze open. Dat was die vlak naast moeder.

„Mag ik daar komen zitten, mama?" vroeg Tom.

„Neen, dat gaat niet, vent," zei moeder. Wat hoorde Tom haar stem duidelijk in zijn droom! „Die stoel is voor Maria 1"

„Wanneer komt Maria, moeder?" vroeg Tom. Zijn hart begon sneller te kloppen. Wat zou hij Maria graag eens zien !

„Zij komt als de klok luidt,” zei moeder.

„Maar dan is er vergadering van de jongens," wilde Tom zeggen. Hij kreeg er de kans niet meer voor, want ineens was de zaal weg, en vader en moeder en Barbara en Winfred en alle kinderen waren weg. Tom begreep, dat hij zo vast geslapen had als hij maar kon. Hij wreef de slaap en zijn droom weg uit zijn ogen en keek naar het groen van het hakhout rondom en naar Freddie, die tegenover hem rechtop zat.

„Allemachtig, wat kan jij slapen," zei die jongeheer.

„Is het al tijd voor de vergadering?” vroeg Tom.

„Neen, wat dat betreft, kun je nog wel een uurtje doorslapen," adviseerde Freddie.

Dat deed Tom maar niet. Hij keek eens, wat de andere jongens uitvoerden. Een paar zaten er bij elkaar, ze deden een spelletje met munten, die ze rechts en links om gooiden. Het was een

Drie ipannende dagen - 6

Sluiten