Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jongen terug. En zolang hij bij ons is, krijgt hij geen eten en drinken."

O, o, o, wat lachte die Tom ! Hij rolde bijna om van het lachen. Die domoor ! De jongens moesten haast wel denken, dat er met hem wat aan de hand was !

„Is dat zo gek ?” gromde Frank.

„Hoe moeten jullie bij dien jongen komen ?” vroeg Tom. Hij moest de tranen van zijn wangen vegen van het lachen. O, die jongens, die jongens, ze moesten eens weten, dat de echte Tommy Vanheem hier bij hen zat! „Jullie — hik — jullie konden daarnet niet eens over de spoorlijn !"

„Morgenochtend heel in de vroegte kunnen wij best stiekum over de spoorlijn kruipen. Jongens zien ze zo gauw maar niet,” zei Joe.

„En hoe denk je dan dien jongen in handen te krijgen?" vroeg Tom.

„O, dat — eh — dat zien we dan wel weer.”

„Lukt nooit,” zei Tom beslist. „Jullie kon je evengoed voorstellen om heel Happy-town in brand te steken!”

Wat Tom nu deed was werkelijk : spelen met vuur. Hij wist helemaal niet, wat voor jongens hij eigenlijk voor zich had en daar kwam hij zelf met zo’n gevaarlijk plan !

Die ene jongen, Frank, gaf nu een woeste schreeuw.

„Ja, een plan,” riep hij. „Als morgen die vreemde arbeiders de stad in trekken, steken wij Happy-town in brand. Hoezee, jongens, wie helpt?”

„Ben je nu helemaal mal geworden ?” vroeg Tom ruw.

„Niet helemaal en niet half,” zei de jongen. „Brandje maken, dat kan ik goed. En de andere jongens kunnen het ook.”

„Fred, wat vind jij van dat plan ?” vroeg Tom.

Fred zat voor zich uit ja te knikken.

„Het lijkt me ook best, dat we dat kunnen,” zei hij.

Sluiten