Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Als Freddie een goed plan heeft, willen wij dat allemaal mee helpen uitvoeren,” ging Tom door. „Maar we kunnen er toch met elkaar over praten : eerstens, of dat plan echt goed is, en tweedens, of er soms een beter is uit te denken. Waar hebben we anders een vergadering voor ?”

„Net zo,” riepen sommige jongens.

„Als jullie dan naar me willen luisteren, al ben ik maar een nieuweling, ” ging Tom heel bescheiden door, „dan zou ik eerst wel eens willen praten over de vraag, of dat plan goed is.”

„Laat hem maar praten,” riep Frank. Het leek wel, of die minder jaloers was op Tom dan op Freddie.

„Wij, jonge Arenden,” begon Tom toen plechtig, „wij zijn er op uit om te helpen, waar we kunnen. Ik vraag me af: wie helpen we nu eigenlijk, als we proberen een brandje te maken ?”

„De mannen, natuurlijk,” riepen Joe en Jim en Freddie tegelijk.

„O ja ?” vroeg Tom. „Wat hebben die er aan, of er brand is geweest in Happy-town ? Weet je wat er gezegd zal worden ? O, dat hebben die jongens zelf niet uitgedacht! Dat hebben de stakers hun opgestookt. En ik beloof je, dat dén die fabrikant Vanheem nooit toe zal geven. Zoveel weet ik wel van die heren. Ze laten zich niet door zoiets dwingen.”

Hij dacht aan wat zijn vader zelfs tegen moeder had gezegd : „In mijn huis laat ik me niet dwingen.”

„We helpen er dus niemand mee,” stelde Tom vast. „De mannen niet, want die moeten blijven staken. Den fabrikant niet, want die wordt nog kwader vrienden met zijn werklui. En onze club niet, want daar zullen alle mensen een hekel aan krijgen, in plaats van dat ze ons flinke jongens vinden.”

De jongens zaten allemaal twijfelachtig te kijken. Het was waar, wat Tom zei, maar ze hoorden het niet graag.

„En....” ging Tom ijverig door, „behalve dat alles is het

Sluiten