Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Freddie sprong op.

„Dat zal de reverend father ons wel willen geven. En een potlood.”

„Of een vulpen,” riep Tom. „Maar denk eraan, dat je niet zegt, waar we het voor nodig hebben.... ”

„Natuurlijk niet,” zei Freddie minachtend

„Een klad- en een net papiertje,” riep Tom hem na.

„Ja,” gilde Fred.

Terwijl Freddie weg was, zaten de jongens onder elkaar genoeglijk op te scheppen. Het plan van de brandstichting waren ze al helemaal vergeten. Het was dan ook veel aanlokkelijker met potten vol jam en verse broodjes door het bos te sjouwen. Tom hoorde met verbazing, dat zij meenden, op een diner enkel brood met jam te zullen krijgen. Wat een ogen zouden ze morgen opzetten !

Ook deden de jongens de gezichten na van de gasten, die aan een lege tafel zouden komen zitten. En eindelijk dachten ze ook aan de kinderen !

De kinderen! Daar had Tom het maar het drukste over. Ze zouden het feest van hun leven hebben, daar was hij van overtuigd.

Freddie was binnen een paar minuten terug. Hij was van alles voorzien. „De vulpen moet ik terugbrengen, zo gauw als je klaar bent, Tom,” zei hij. „Een envelop heb ik ook meegebracht. Die hoorde bij een brief, zei de father. En als ik dadelijk terugkom, krijg ik een paar boterhammen, voor jou ook, Tom. Ik heb gezegd, dat ik een gast had 1”

Tom zette zich aan de arbeid. Het was niet eens makkelijk, om zo op zijn knie te schrijven. De jongens drongen ook zo dicht om hem heen. Hij rook hun kielen en ze stootten hem tegen zijn ellebogen.

„Hoor eens,” commandeerde hij, „laat me nu twee minuten

Sluiten