Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alleen voor Freddie z'n tent zitten, dan ben ik klaar. Zo kan ik het niet.”

Gehoorzaam drongen de jongens achteruit.

Een ogenblik later kwam Tom met zijn kladwerk naar hen toe. Met zijn vrolijke, heldere stem las hij voor :

„Wij, de jonge Arenden, bang voor niemand,

gelasten u

al het eten dat in huis is voor het grote diner, en al het brood, dat daarenboven in huis is, af te geven aan de brengers van deze brief.

Te weten:

alle vruchten, alle gelardeerde kippen en eenden, alle sauzen, om bij het brood te eten, alle pudding en ook alle ijs.

Pas op!

Niemand mag de jongens volgen.

Gebeurt dit toch, dan zal binnen het half uur de rode haan kraaien op Happy-town.

Geschreven in het kamp van

de jonge Arenden,

15 April, 1936.”

„Hiep hiep, hoera!” riepen de jongens.

„Hoe krijg je het zo fijn voor elkaar?” vroeg Fred. Boven het kamp cirkelde een vliegmachine, maar in hun ijver hadden de jongens dat niet in de gaten. Het was ook maar een vlekje in de lucht en voor den vliegenier moest het kamp maar een stipje zijn !

„Moet je het nu nog overschrijven ?" vroeg Joe benauwd. „Kunnen ze het zo niet lezen ?”

Sluiten