Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XII

DE OVERVAL IN DE KEUKEN

Al had het voor de arbeiders van Blackie-town nu geen zin om vroeg op de been te zijn — ze konden immers toch

■** niet aan het werk — toch waren ze op de morgen van mevrouw Vanheem's verjaardag 's morgens al allen op straat. Ze konden het in hun huizen niet uithouden. Ze mochten wel niet vergaderen, en zelfs niet in groepjes bij elkaar staan, ze wilden elkaar toch zien, elkaar wat toeroepen. Ze moesten in beweging zijn. Ze hadden allen dezelfde gedachte gehad. In iedere straat liepen ze; veel te praten hadden ze niet. Ze slenterden heen en weer ; hun ogen dwaalden boos en onrustig langs alle bekende gebouwen.

Toen ontdekten ze iets.

Waar waren de gendarmen ? Ze zagen alleen politie-agenten en die leken op de stakers heel geen acht te slaan. Ze maakten er geen aanmerking op, toen de mannen de hoofden bij elkaar staken om elkaar te vragen : „Merken jullie het ook V* Ze kwamen niet roepen : „Doorlopen, doorlopen !” Er stond zelfs geen extrapost bij het verenigingsgebouw. Het leek, of alles nu ineens weer geoorloofd was.

Waar zat hem dat nu in ?

„Zal ik het jullie eens vertellen ?” vroeg Jim’s vader, een grote, magere man, met een klein snorretje en een gezicht, dat knap was is hij vriendelijk keek : „Vanmorgen zullen de vreemde

Sluiten